Bach bij kaarslicht op zijn sterfdag - Vioolsonates & Cellosuites
Bach bij kaarslicht op zijn sterfdag, dinsdag 28 juli 20:15
Neem alvast een kijkje
Locatie
Haddin
9711KB Groningen Plan je route naar Bach bij kaarslicht op zijn sterfdag - Vioolsonates & Cellosuites
Lutherse kerk Groningen
Haddingestraat 23 Groningen
Entree €25
Kaarten via www.meer-bach.com
Tomoe Badiarova – barokviool & viola da spalla
Robert Koolstra - klavecimbel
Programma
Sonata for viool en klavecimbel E-dur BWV 1016
Partita 2 a-moll Bwv 827
Cello Suite No. 6 D-dur, BWV 1012 (op viola da spalla)
Sonata for viool en klavecimbel C minor, BWV 1017
De zes cellosuites van Johann Sebastian Bach behoren tot de absolute hoogtepunten van de westerse muziekgeschiedenis. Voor generaties cellisten vormen zij een artistieke ijkpunt: muziek die tegelijkertijd technisch uitdagend, spiritueel verdiepend en verrassend direct aanspreekbaar is. Toch blijven deze meesterwerken omgeven door intrigerende vragen. Voor welk instrument schreef Bach deze suites precies? En had hij daarbij wel het moderne cello-ideaal voor ogen?
Deze vragen komen vooral naar v…
Lutherse kerk Groningen
Haddingestraat 23 Groningen
Entree €25
Kaarten via www.meer-bach.com
Tomoe Badiarova – barokviool & viola da spalla
Robert Koolstra - klavecimbel
Programma
Sonata for viool en klavecimbel E-dur BWV 1016
Partita 2 a-moll Bwv 827
Cello Suite No. 6 D-dur, BWV 1012 (op viola da spalla)
Sonata for viool en klavecimbel C minor, BWV 1017
De zes cellosuites van Johann Sebastian Bach behoren tot de absolute hoogtepunten van de westerse muziekgeschiedenis. Voor generaties cellisten vormen zij een artistieke ijkpunt: muziek die tegelijkertijd technisch uitdagend, spiritueel verdiepend en verrassend direct aanspreekbaar is. Toch blijven deze meesterwerken omgeven door intrigerende vragen. Voor welk instrument schreef Bach deze suites precies? En had hij daarbij wel het moderne cello-ideaal voor ogen?
Deze vragen komen vooral naar voren in de monumentale Zesde Suite in D-groot, het meest virtuoze en ambitieuze werk van de cyclus. In het manuscript van Anna Magdalena Bach wordt expliciet verwezen naar een instrument à cinq cordes – een cello met een extra hoge snaar. Dankzij deze uitbreiding bereikt de muziek een ongekende lichtheid en hoogte, alsof Bach de grenzen van het instrument bewust wilde verleggen.
Voor deze uitvoering kiest Tomoe Badiarova voor een bijzonder instrument: de violoncello da spalla, een kleinere cello die op de schouder wordt bespeeld.
De viola da spalla is een historisch strijkinstrument dat vooral in de barokperiode werd gebruikt. De naam betekent letterlijk “viool van de schouder”, wat verwijst naar de manier waarop het instrument wordt bespeeld: hangend aan een band over de schouder of borst. Qua grootte en klank ligt de viola da spalla tussen de altviool en de cello, maar hij wordt horizontaal bespeeld zoals een viool. Tegenwoordig is er opnieuw belangstelling voor dit instrument, vooral binnen de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk van barokmuziek.
De zes sonates voor obligaat klavecimbel en viool (BWV 1014–1019) nemen een bijzondere plaats in binnen het kamermuzikale oeuvre van Johann Sebastian Bach. De eerste vijf sonates werden waarschijnlijk gecomponeerd tijdens Bachs verblijf in Köthen (1717–1723), terwijl de zesde sonate haar definitieve vorm kreeg in Leipzig. Zoals vaker bij Bach vormen deze werken een zorgvuldig geconcipieerde cyclus van zes composities, waarin de compositorische mogelijkheden van een specifieke bezetting systematisch worden onderzocht.
De sonates zijn opmerkelijk vanwege hun vernieuwende behandeling van de instrumentale rollen. Waar in de traditionele baroksonate de klavecinist doorgaans een basso continuo-partij realiseert ter ondersteuning van een melodie-instrument, schrijft Bach hier voor een obligate klavecimbelpartij waarin beide handen zelfstandige stemmen voeren. Hierdoor ontstaat een volwaardige driestemmige textuur, waarin viool en klavecimbel als gelijkwaardige partners functioneren. Deze benadering markeert een belangrijke ontwikkeling in de geschiedenis van de kamermuziek en vormt een voorloper van de latere klassieke sonate voor toetsinstrument en viool.
Stilistisch verenigen de sonates invloeden uit de Italiaanse en Duitse traditie. Bach maakt voornamelijk gebruik van het model van de sonata da chiesa, met de afwisseling langzaam–snel–langzaam–snel, terwijl de contrapuntische uitwerking, de polyfone dichtheid en de thematische verwerking geworteld zijn in de Duitse traditie. De zesde sonate wijkt hiervan af en kent een complexe ontstaansgeschiedenis, waarbij Bach het werk gedurende zijn Leipziger jaren herhaaldelijk reviseerde en structureel herzag.
Uit contemporaine bronnen blijkt dat Bach verschillende titelvarianten gebruikte, waaronder Sechs Trio für Clavier und die Violine en Sei Suonate à Cembalo concertato e Violino Solo. Deze benamingen onderstrepen zowel het triosonate-karakter van de composities als de concertante rol van het klavecimbel. Een handschrift dat onder Bachs toezicht tot stand kwam vermeldt bovendien de facultatieve toevoeging van een viola da gamba ter versterking van de baslijn, een uitvoeringsmogelijkheid die in de moderne uitvoeringspraktijk slechts sporadisch wordt benut.
De sonates demonstreren Bachs vermogen om Italiaanse vormprincipes te verbinden met een uitzonderlijk contrapuntisch meesterschap. Fugatische dialogen, cantabile middendelen en virtuoze finales worden geïntegreerd in een architectonisch coherente structuur, waarin melodische inventiviteit en formele logica elkaar voortdurend versterken. Daarmee behoren de sonates niet alleen tot de belangrijkste kamermuziekwerken van Bach, maar ook tot de meest invloedrijke composities uit het achttiende-eeuwse sonaterepertoire.
Tomoe Badiarova is een Japanse violiste, altvioliste en bespeelster van de violoncello da spalla, gespecialiseerd in historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk. Vanuit haar woonplaats Den Haag treedt zij internationaal op als soliste, kamermusicus en concertmeester in repertoire dat reikt van de vroege barok tot de vroege romantiek.
Na studies moderne viool aan de Toho University of Music in Tokio en barokviool aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag ontwikkelde zij zich tot een veelgevraagd musicus binnen de Europese oude-muziekwereld. Zij werkte samen met ensembles en dirigenten als La Petite Bande onder Sigiswald Kuijken, Amsterdam Baroque Orchestra onder Ton Koopman, Bach Collegium Japan onder Masaaki Suzuki, Bremer Barockorchester en talrijke andere gespecialiseerde ensembles.
Sinds 2015 is zij concertmeester van het Bremer Barockorchester. Als soliste verwierf zij internationale erkenning met haar opname van Bachs gereconstrueerde Vioolconcert BWV 1052R op het album Bach to the Roots!.
Tomoe Badiarova is medeoprichter van het ensemble Les Esprits Animaux, dat in 2016 alle prijzen won tijdens het Internationale Van Wassenaer Concours, een unicum in de geschiedenis van de competitie.
Naast haar werk als violiste treedt zij regelmatig op als altvioliste en bespeelster van de zeldzame violoncello da spalla. Met haar veelzijdigheid, stilistische verfijning en diepgaande kennis van historische uitvoeringspraktijken behoort zij tot de meest onderscheidende musici van haar generatie binnen de oude muziek.
Robert Koolstra specialiseerde zich in de Oude Muziek aan de Guildhall School of Music and Drama in Londen, waar hij bij Carole Cerasi zijn Diploma in Music Performance behaalde.
Als continuospeler is hij verbonden aan diverse ensembles en trad hij op in Europa, Azië en Noord-Amerika. Daarnaast is hij actief als solist op zowel orgel als klavecimbel; zijn spel werd meermaals vastgelegd voor radio en televisie.
Momenteel is Koolstra artistiek adviseur en continuospeler van het barokorkest van het Groningse Luthers Bach Ensemble. Hij werkte samen met vooraanstaande musici en dirigenten als Jos van Veldhoven, Ton Koopman, Rachel Podger en Peter Dijkstra.
In 2008 en 2009 was Koolstra hoofd van de afdeling Klassieke Muziek aan het Conservatorium van Chennai (India), op uitnodiging van tweevoudig Oscarwinnaar A. R. Rahman. Hij doceerde er hoofdvakken en was vervolgens werkzaam in Montréal (Canada), waar hij tevens actief was als kamermusicus.
In 2017 publiceerde hij een nieuwe reconstructie van Bachs Markus Passion (1744), die sindsdien wereldwijd wordt uitgevoerd, onder meer in de Verenigde Staten, Hongkong, Canada en Australië. De partituur en partijen zijn beschikbaar via het International Music Score Library Project (IMSLP).
In 2018 richtte hij de stichting Meerbach op, met als doel de promotie van het klavecimbel en de oude muziek. Binnen deze stichting initieerde hij talrijke bijzondere projecten, waaronder uitvoeringen van Bachs concerten voor één tot vier klavecimbels, de Pièces de clavecin en concerts van Rameau en alle obligate werken voor klavecimbel van Telemann. Daarnaast werkt hij aan een concertreeks waarin alle klavecimbelwerken van Bach worden uitgevoerd in kleine kerken op het platteland.
In 2024 verscheen bij het label Brilliant Classics zijn opname van Bachs Goldbergvariaties.
Wanneer
- Dinsdag 28 juli 2026 20.15 - 21.30 uur
Prijzen
- € 25,00